Ab en Janny Lagerweij

In de woonkamer van Ab en Janny Lagerweij staat een bedstede uit de Renaissance. Het is maar één van de dingen die verraadt dat in dit bijna helemaal authentiek gebleven Van Loghem-huis een gepensioneerd archeoloog met een brede interesse woont. Dertig jaar werkte Ab Lagerweij voor de Archeologische Dienst van de Gemeente Amsterdam, en nog steeds fungeert hij elke woensdag als vraagbaak voor zijn collega's. Zijn schat aan ervaring, daar kan geen opleiding tegenop. Hij is zelf dan ook een pure autodidact. Ab: 'Mijn leven is mijn opleiding. Van oorsprong ben ik vaklithograaf, maar in mijn vrije tijd deed ik vroeger al onderzoek in rioleringssleuven, puur uit interesse. Een nieuwe vondst leidde, en leidt nog steeds, tot meer onderzoek en meer kennis. Als ik iets vind, dan duik ik in oude onderzoeksverslagen en boeken om er meer over te weten te komen. Het verzamelen an sich is leuk, maar is altijd aanleiding om kennis te vergroten.'

Liefde voor het archeologische

Zijn interesse strekt zich uit van de Renaissance tot Jugendstil, en van Afrikaanse beeldjes tot alles wat bij de Japanse theeceremonie hoort. In zijn werkkamer is een hele vitrine gewijd aan beeldjes van de Dogon en de Tellem, twee stammen uit Mali. Hij is zelfs bij ze op bezoek geweest. Aan de traditionele neksteunen, waar de Tellem mee werden begraven, zit nog steeds een lijkenlucht – voor een archeoloog hét teken dat ze authentiek zijn. Op beurzen en bij antiekhandelaren loopt hij tegen dit soort dingen aan, zegt hij zelf. 'Nou ja,' nuanceert zijn vrouw Janny, 'hij zoekt er ook wel echt naar.' Ook zij werd aangestoken door zijn liefde voor het archeologische. Vijfentwintig jaar lang restaureerde ze op freelance basis schoenen uit de late middeleeuwen door ze met voorzichtige hand te herstellen. Ab bedacht zelfs een nieuwe methode om leer te kunnen conserveren. Nu zijn die schoenen te zien in diverse musea. Van het Archeologisch Museum in Haarlem tot het Bata Shoe Museum in Toronto.

Honderdzes beerputten

Met veel plezier heeft Ab al die tijd in Amsterdam gewerkt. De bodemsamenstelling aldaar – meer klei dan zand – maakte de archeologische vondsten diverser dan bijvoorbeeld in Haarlem. De bekendste vondst die hij op zijn naam heeft, is die van het kasteel van de Heren van Amstel. Maar al het onderzoek bij opgravingen is de moeite waard. Het laag voor laag te werk gaan, de grondsporen en profielen in de aardlagen lezen en het verhaal eruit halen, daar gaat het om. De opgravingen bij het Waterlooplein, waar destijds de metrolijn werd aangelegd, staan hem nog helder voor de geest. Honderd huizen met honderdzes beerputten: een zeldzame vondst die een schat aan informatie over de verschillende beroeps- en bevolkingsgroepen uit de 17de en 18de eeuw opleverde. Toch had hij, ondanks de archeologische rijkdom, niet in Amsterdam willen wonen. 'Amsterdam heeft mijn hart, maar Haarlem is niet te versmaden,' zegt hij. Zijn buurt is dan ook geweldig. In 1971 kregen ze hun huis – ze hadden er zelfs in die tijden van woningnood een flat voor afgewezen – en ze gaan niet meer weg. Het enige nadeel voor een verwoede verzamelaar: er is weinig bergruimte.